1.300 kilometer peddelen tussen orka’s en olietankers

Alex de Saint is naast winkelmedewerker van Carl Denig een supper. Hij peddelt staand op een surfboard door de meest wilde en uitdagende uithoeken van de wereld. Hij vertelt over de kick van deze extreme sport, over de orka’s en de verraderlijke zeestromingen bij zijn nieuwste uitdaging: 1.300 kilometer peddelen over het meest afgelegen stuk zee ter wereld.

Alex, hoe ben je met deze sport in aanraking gekomen?
‘In mijn jeugd was ik een professioneel bmx’er, skateboarder en big wave surfer. Ik was op een gegeven moment twee keer zo oud als de jongens waartegen ik racete. Ik merkte dat ik op snelheid eigenlijk niet meer kon winnen van al die jonge jongens. Geestelijk en fysiek voel ik me niet trager, maar je merkt het wel, haha. Toen ben ik gesponsord door Robbie Nash en me gaan richten op het suppen. En nu ben ik 2e van de wereld. Mijn eerste grote race was de Yukon Race. Die heb ik twee keer achter elkaar gedaan: 715 en 1.600 kilometer dwars door de Canadese wildernis van Whitehorse naar Dawson City. Mensen twijfelden zelfs of het wel kon op een sup-plank. Bovendien had ik nog nooit op een rivier gepeddeld. Want rivieren heb je natuurlijk niet in Amsterdam. Tegen alle verwachtingen in werd ik tweede! Toen had ik de smaak te pakken.’

Wat is voor jou de kick van deze sport?
‘Je vaart natuurlijk door schitterende gebieden, dat lijken wel photoshop-landschappen waarin je wekenlang geen mensen tegenkomt. In Canada had ik bijvoorbeeld 11 dagen lang geen mens gezien. Ondertussen weet je nooit helemaal wat er achter de volgende bocht is. Je voelt je echt een soort ontdekkingsreiziger. Tegelijkertijd draait het erom een sportieve prestatie neer te zetten. Die combinatie vind ik heel spannend.’

En nu ga je de zee op…
‘Ja, dat is de Race 2 Alaska, een tocht over de oceaan van bijna 1.300 kilometer van Port Townsend, Washington naar Ketchikan, Alaska. Ik start op 3 juni en als ik die race dus tot een goed einde breng, heb ik een unieke trilogie voltooid: dan heb ik de zwaarste race op het flatboard, rivier en zee gehaald. Ik train er nu al zo’n jaar voor, 6 dagen per week, gemiddeld 4 uur. Naast trainen op het water, fitness ik en doe ik yoga. Allemaal om op alle manieren flexibel en sterk te blijven en zo goed mogelijk voorbereid aan de start te verschijnen. Daarvoor heb ik ook veel contact met Henk de Velde, de bekende zeezeiler. Er zijn namelijk weinig stromingskaarten uit die omgeving en van Henk mag ik er wat lenen. Henk heeft me sowieso veel getraind en geeft me allerlei tips over het zeevaren. Ik heb zelfs nog even moeten studeren. Op het laatst kwam ik er achter dat ik nog mijn vaarbewijs moest halen!’

Bijna 1.300 kilometer op zee… Aan wat voor gevaren sta je bloot?
‘Walvissen, orka’s, zeestromingen, beren, olietankers, mammoettankers: you name it. Het gevaarlijkst zijn wel de zeestromingen. Ik slaap op een aantal stukken ook op mijn board en moet dus goed uitkienen wanneer ik dat precies doe. Op de verkeerde plek op het verkeerde moment kan ik helemaal uit koers raken. Het zal sowieso op zee vaak bij powernaps blijven. Aan de kust kan ik soms wel aanleggen en een uur of 4 slapen, maar dat is het wel. Ook een gevaar zijn orka’s. Niet dat ze bewust op je jagen, maar ze kunnen naast mijn board een belly flip maken waardoor ik in het water belandt en ze in een reflex naar me bijten…’

Wat doet het mentaal met je, 14 dagen zonder mensen om je heen?
‘Dat is misschien wel het zwaarst. Ik heb het een keer eerder meegemaakt. De eerste dagen ben je nog heel opgewekt, ben je aan het genieten. Maar daarna wordt het steeds zwaarder. Je handen worden zwart van de blaren, je slaapt nog geen 4 uur per dag. En na een dag of 8 begin je te hallucineren en word je steeds emotioneler. Ik weet dat het gebeurt, maar probeer er zo min mogelijk over na te denken.’

Je draagt een soort pak op je board. Wat is dat precies?
‘Dat is een handgemaakt pak van supskin. Het is super- en ultralicht, ademend, 100% waterdicht: daar leef ik eigenlijk in. Ik ga er ook in mijn pyjama in. Als ik dan naar de kant ga, dan hoef ik het alleen maar uit te trekken om direct te kunnen gaan slapen. Verder draag ik alles zelf bij me: gevriesdroogd eten, slaapzak en satelliettelefoon. Die laatste is echt in uiterste geval van nood. Op gebruik staat diskwalificatie. En zelfs als ik hem gebruik, is het twijfelachtig of hulp op tijd komt: ik ben op een van de meeste afgelegen plekken op aarde.’

Wat vind je omgeving ervan dat je dit doet?
‘Bij Carl Denig snappen ze het helemaal en staan ze er ook volledig achter. Ze plannen me zo in dat ik tijd heb om te trainen. Ook mijn vriendin weet dat dit me gelukkig maakt en ze steunt me. Maar de vorige keer wilde ze me niet omhelzen: ik stonk te erg, haha. Al die tijd kon ik me niet wassen. In een race is daar gewoon geen tijd voor. Ook dit keer zal het wel fysiek en metaal superzwaar worden. Maar dan finish je en denk je: ‘Hè jammer dat het afgelopen is!’


Sluiten

Wij gebruiken cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek en winkelen bij ons voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken. Met deze cookies kunnen wij en derde partijen jouw internetgedrag binnen en mogelijk ook buiten onze website volgen.